s

REVIEWS DROP LITTLE BOY (WAMPUS, 2007)

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , FILE UNDER

Je hoort wel eens dat internet niet goed voor het sociale leven is en tot nu toe heb ik dat altijd ontkend. Toch ben ik daar vandaag eens goed over na aan het denken want ik werd eens flink met de neus op de feiten gedrukt. Al een paar jaar lang zoek ik het internet af naar leuke en onbekende bands en ik schrijf er dan een stukje over op mijn weblog. Ik ken daardoor intussen heel wat obscure bands uit allerlei uithoeken van de wereld, maar ik ontdekte nu dat ik toch niet zo goed op de hoogte ben van de muziekscene van Nederlandse bodem. Ik had bijvoorbeeld nog nooit gehoord van het duo/trio The May Bees uit Arnhem en dat is eigenlijk heel erg. The May Bees bestond eerst uit gitarist/zanger Gregory Orange en drummer Marzj en daar is nog niet zo lang geleden bassist Patrick Vetkamp bijgekomen. In 2005 en 2006 brachten ze in eigen beheer twee demo-ep's uit en de meeste van die songs, plus een paar andere, zijn nu verschenen op het eerste album Drop Little Boy. Een beetje Pixies, een beetje Dinosaur Jr. en er zijn nog wel wat meer invloeden te horen. Maar het hele album is het zoveelste bewijs dat je ook met een kleine bezetting uitstekende rockmuziek kunt maken. The May Bees is in ieder geval weer een nieuw interessant exportproduct. Ze hebben intussen al een kleine toer door Noord-Amerika gemaakt en een contract getekend bij een Amerikaans label. De cd is zeker de moeite waard want met nummers als "Undefined Sofa Sketches", "Black Queen", "Yeah! Come On!" en zeker "The Enemy's Scientist" kun je volgens mij prima scoren, zeker live. Ook "Mess" en "Fields of Albany" klinken niet verkeerd terwijl ze in verhouding met de rest wel erg lang duren. Ze duren samen bijna de helft van de speeltijd van de cd en er zijn genoeg rockfans die vinden dat een rocksong maar een paar minuten mag duren. Drop Little Boy maakt me in ieder geval nieuwsgierig naar het vervolg.

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Jan. 2008 , FESTIVALINFO

Zo nu en dan heb je het we leens. Je zet een cd op en twijfelt of je een naar een nieuw album aan het luisteren bent. Drop Little Boy van The May Bees klinkt als muziek uit begin jaren '90, het klinkt als grunge, het klinkt als indie.

The May Bees is een tweekoppige band, bestaande uit drumster Maartje 'Marzj' Simons (ex-League of XO Gentlemen) en zanger/gitarist Gregory Orange. Ze zijn al enkele jaren samen en hebben met deze band al in het voorprogramma gestaan van o.a. Bettie Serveert, Air Traffic en Frank Black. In de afgelopen twee jaren brachten ze al twee mini cd's uit (Fake Around en Blame it On The Other Ones) en Drop Little Boy moet hun grote doorbraak worden, alhoewel deze voor een groot deel toch gevuld is met nummers van de eerder uitgebrachte EP's.

Het album doet gelijk denken aan ongeveer 15 jaar geleden toen de Pixies en Nirvana de muziekscene onveilig maakten. Een mix tussen indie en grunge wat duidelijk te horen is in bijvoorbeeld 'Black Queen' en 'The Everlasting Lover'. Een typisch zeikerig en melancholisch stemgeluid (denk Dinosaur Jr.) is te vinden in het nummer 'The Enemy's Scientist'. Vreemd is het een beetje dat er drie nummers achter elkaar te vinden zijn die korter duren dan 2 minuten. Ze wijken ook flink af van de rest van de cd. Zo lijken 'When She Loves Me' en 'In My Bar' wel een soort ballad en het daarop volgende nummer 'Yeah! Come On!' neigt naar punk. Het hoogtepunt van het album heet 'Mess', heeft een heerlijke zanglijn en een goede opbouw en duurt ruim zeven minuten.. Het depressieve klinkt goed door in muziek en stem. Het is duidelijk een nummer waarmee The May Bees flink kunnen imponeren.

Door deze 'compilatie' van eerder uitgebrachte EP's hebben mensen weer kans om The May Bees te ontdekken. Met Drop Little Boy (welke ook in Amerika wordt uitgebracht!) brengen deze landgenoten een oud geluid naar het heden. Een album heeft zijn minpunten maar het is een schijfje waar ze trots op kunnen zijn.

3/5

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , KINDAMUZIK

Vlotte vlucht zonder ademhalen.

The May Bees timmeren flink aan de weg. Tot dusver heeft die weg dit Arnhemse duo al naar Amerika geleid, waar zanger/gitarist Gregory Orange en drumster Marzj (ex-League of XO Gentlemen) een succesvolle tour maakten. En dat terwijl er nog geen volledig album was. Die debuutplaat is er nu wel: Drop Little Boy, met tien rauw rockende indienummertjes, allemaal al eerder verschenen op twee mini-albums, maar nu gepresenteerd als coherent geheel.

Het album opent gruizig; Orange kraamt van alles uit, maar is tot aan het refrein van 'Undefined Sofa Sketches' onverstaanbaar, of, zo je wil, ondefinieerbaar. Zelf roept de band graag Caesar en The Pixies op als vergelijkingsmiddel, maar voor die laatste rocken The May Bees toch geregeld wat te lomp, zoals in het Soundgardeneske 'Black Queen'. De gitaarpartijen van de puike, poppy single 'The Enemy's Scientist' knipogen daarentegen wel in alle hevigheid naar The Pixies.

Marzj ramt zo hard door dat de luisteraar pas te laat, halverwege de plaat in 'When She Loves You' en 'In My Bar', tijd krijgt om te ademen. In die bar keert ook de kwaliteit terug in catchy gitaarakkoorden en melancholische zang over verlatingsangst. In nummers als 'In My Bar' en 'Mess' zijn The May Bees op hun best. Dat betekent wel dat de drummende bij zich in moet houden, opdat de ander de kans krijgt het rauwe randje te overstemmen.

Drop Little Boy is een te vlotte plaat, die lompe rock, poppy punk en lichtelijk lome indie tot een geheel weet te smelten. Dat laatste is bewonderenswaardig, maar het is voornamelijk het derde genre dat beklijft. Toch genoeg om The May Bees voorlopig nog niet te laten vallen.

Dirk Verhoeven

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , CUTTING EDGE

Op muzikaal gebied kwam er de laatste jaren niet veel goeds overwaaien uit Nederland. We denken dan onwillekeurig aan de kleffe rock van Kane en Krezip en ook wel een beetje aan Volumia! en Marco Borsato. Neen, dan liet de karrenvracht Belgische topgroepen de Hollanders een flink poepje ruiken.

Maar dit soort veralgemeningen zijn niet van toepassing op The May Bees, ofte het Nederlandse duo Marzj en Gregory Orange. Bij een eerste beluistering dachten we spontaan aan Dinosaur Jr. (die stem!) en ook wel aan Pixies, Guided by Voices en, welja, waarom niet: Sebadoh. Ronkende referenties, en ze zijn niet eens helemaal onterecht. Op hun eerste full-album 'Drop little boy' zijn ze nog lang niet zo geniaal als hun illustere voorbeelden, maar de nummers zijn wél retestrak, aan de rauwe kant en toch klinken ze opvallend fris.

In opener 'Undefined sofa sketches' zou je zweren dat J. Mascis (zanger van Dinosaur Jr.) himself achter de micro staat te brullen. En ook 'Black queen' en 'The enemy's scientist' rocken een stevig eind weg. Toch zijn ze slim genoeg geweest om adempauzes in te bouwen, met onder andere het verrukkelijk rustige 'When she loves you'. En het beste moet dan nog komen: afsluiter 'Fields of Albany' is hard, (mee)slepend, heeft een emorockkantje, zelfs een streepje strijkers, maar slaat nooit te ver door naar melo klefheid. Grote klasse dus van boven de Moerdijk.

En je kent de Nederlanders: ze kunnen zichzelf goed verkopen. Geen wonder ook dat ze er een vrij succesvolle clubtour op hebben zitten in de US of A (onder andere in het voorprogramma van Frank Black) én een deal met het label Wampus. Een fantastisch debuut! Gijs Ramboer

Rating: 4/5

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Dec. 2007 , MUSICMAKER

Schijf van de maand

Ik had nog nooit van The May Bees gehoord, moet ik bekennen, maar hun Drop Little Boy is een gitaarplaat van een zekere allure. Niet voor niets wordt hij al in Noord-Amerika gedistributeerd door Wampus. Gerechtigheid bestaat nog. Verwacht bij The May Bees geen ronde, conventionele liedjes, maar juist stekelige songs met weerhaken, een mooi, rafelige studiogeluid en een zanger die meer dan eens de grenzen van zuiverheid opzoekt. Hier zijn liefhebbers aan het werk van de betere Amerikaanse indie-rock, zoveel is duidelijk: Guided By Voices, Sonic Youth en vooral Dinosaur Jr. In de furieuze afsluiter Fiels of Albany zou je haast zweren dat het J. Mascis in hoogsteigen persoon is die daar kreunend en gierend de vocalen verzorgt. Wie zoekt naar referenties uit eigen land moet denken aan het linkeruiteinde van het popspectrum, daar waar Blues Brother Castro zich ophoudt en aanvankelijk ook Caesar zich bewoog. Toegankelijker en radiovriendelijker dan Gert Bettens' Woodface? No way! Maar wie in gitaarrock een zekere weerbarstigheid en een hang naar avontuur zoekt, zal zich in The May Bees veel makkelijker verliezen. Menno Pot

De muziek van het Nederlandse The May Bees houdt zich ergens schuil tussen die van The Pixies en Foo Fighters, twee grote cultgroepen uit de Verenigde Staten. En ook daar zijn The May Bees niet onopgemerkt gebleven. Sterker nog, ze stonden zelfs in het voorprogramma van Frank Black, de voormalig frontman van The Pixies. En niet alleen bij Frank mochten ze de boel komen opwarmen. Dat deden ze namelijk ook al voor The Drones, Bettie Serveert en Caesar. Op eigen initiatief is het tweekoppige monster The May Bees, zoals ze zichzelf het liefst omschrijven, richting het beloofde land vertrokken om daar na een succesvolle clubtour een Amerikaans platencontract in de wacht te slepen. Het gaat dus lekker met The May Bees en wie de cd beluisterd zal beamen dat dit succes ook verdiend is. Drop Little Boy is een prachtig gevarieerde plaat met fantastische songs waarbij ik bij het beluisteren van het nummer In My Bar zelfs even heel stiekem aan David Bowie moest denken. Een compliment, lijkt mij. Dennis Hoebee

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , DAILY VAULT

I'm not sure if Wampus Multimedia has in fact become the nexus of all that is fresh and different and indefinably compelling in the independent music universe; I only know that it sometimes seems that way after spinning a disc like the May Bees' Drop Little Boy.

The May Bees are a Dutch duo consisting of Gregory Orange on lead vocals and guitar and Marzj on drums, backing vocals and keys, with guests Pieter de Koning and Flip providing bass guitar. If that alignment sounds a bit like Jack and Meg White, that's not a bad starting point in imagining the May Bees' sound; they definitely tap the same vein of big thrashy garaged-out Zeppelin/Pixies thump that lies at the core of the White Stripes' oeuvre. But from that basic starting point, the Bees veer off in all directions at once, steering into the melody line with their engines running hot on an explosive mixture of precision pop craftsmanship and torrents of gut-busting guitar.

Moments like the hammering punk-pop of "Yeah! Come On!" briefly suggest a sweat-drenched Euro Green Day, but just when you might think you have them pegged, the Bees startle with the slow pulse of the extended "Mess," which performs a steady build over a surprisingly compelling seven minutes. And then you're into "Everlasting Lover," which matches fat guitars, bells and heavily distorted vocals into a squalling blast of Frank-Black-on-acid musical mania.

That little triptych is the core of the May Bees' argument for, as the Wampus one-sheet aptly calls it, "melodic abandon at passion volume." That said, there's no escaping at least a mention of the head-banging throb of "Black Queen," and the majestic Brian-Wilson-meets-Kurt-Cobain wall of sound that is "The Enemy's Scientist."

If your tastes run to safe, predictable prefab pop, you should probably steer clear of this album and go catch the Spice Girls reunion tour instead. But if you'd like to hear something that would probably set all of their hair on fire at once, you might be just the kind of listener who'll fall hard for the May Bees. Drop Little Boy is 34 minutes of the opposite of boring.

Rating: B+

REVIEW "DROP LITTLE BOY", November 2007 , OOR

Ruim een jaar geleden maakten The May Bees indruk met hun EP Blame It On The Other Ones. Hun energieke indierock rammelde maar was vooral puur en overtuigend. De korte duur van het schijfje, slechts zes nummers, was het enige minpunt. Daar hebben zanger/gitarist Gregory Orange en drumster Marzj (Maartje Simons, ex-League of XO Gentleman) wat aan gedaan met een volledige cd waarop zeven nieuwe liedjes klinken. Die wordt uitgebracht in de Benelux én via het Amerikaanse label Wampus. De interesse uit het buitenland is niet vreemd. Drop Little Boy is rauwer dan haar voorganger en kent alleen maar goede tracks. Elk nummer heeft haar eigen spanning en opbouw, waardoor het soundtracks van kleine thrillerfilmpjes lijken. Tegelijk wisselt het duo steeds van stijl. In The Everlasting Lover zijn ze een emocore-band, met hartverscheurende vocalen van Gregory. Daartegenover is When She Loves Me het honingzoete onverstaanbare droomliedje, terwijl het ritmische Yeah! Come On! een energieke rocker is. Overkoepelende factor tussen al die verschillende stijlen is 'het liedje' dat altijd overeind blijft. Fantastisch debuut.

Rianne van der Molen - OOR

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , UNDERGROUND A&R REPORT

Taking the heart of trends like europop with a smooth blend of straight riff has been a popular drink for a while, still a potent blend will set one apart from the other. The May Bees have just enough retro blood to pay homage, but their minds run off of soaring passages and rich texture. They get into jams and funks, raves and set-ups. Not a bad song on the disc more than a few hits if they've got the right street team. A few spots meander, but generally the feedback will bring ya back. Highly recommended. A dutch smash (nat!) from the cats at Wampus Multimedia. Contact: the maybees.com. Todd

REVIEW "DROP LITTLE BOY", Nov. 2007 , MUSICFROM.NL

Misschien dat The May Bees toch echt wel weten waar ze mee bezig zijn. Niet alleen komt hun nieuwe album via het label 'Dying Giraffe Records' uit in de hele Benelux, ook hebben zij geheel op eigen kracht een promotietour in Amerika volbracht, wat niet alleen een boost is geweest voor de aandacht in de media. Ze hebben er ook een platendeal bij het indie label Wampus Multimedia aan over gehouden. Niks misschien! Goed bezig! Deze Arnhemse band weet wat ze kan en hoe het werkt. Het tweetal Marzj (drumster, ex-League Of XO Gentlemen) en zanger/gitarist Gregory Orange zegt een passie te hebben voor integere, verrassende popsongs. En dat is terug te horen op de plaat. Er wordt nergens onnodig ingewikkeld gedaan, en er staan echte liedjes op de cd. Samen schrijven ze de nummers en live worden ze bijgestaan door een bassist en soms een extra gitarist.

De opener van de plaat heet 'Undefined Sofa Scetches'. Dit nummer gaat rechtstreeks door van begin tot eind zonder poespas. Doordat er leuke akkoorden langs komen en de zang wordt ondersteund door sterke koortjes wordt het echter niet saai. Mocht je het debuut-mini-album (waarop vier nummers van deze langspeler ook al voorkomen) niet kennen, dan maak je hier goed kennis met de band, want je hoort meteen hun karakteristieke geluid. Vuige rauwe gitaren en drums, zonder al te veel effecten en een zanger met een prettig, wat schor geluid, die de lijnen vaak allemaal maar net lijkt te redden. In dit geval past dat echter mooi in het geheel.

Nummer twee 'Black Queen' is echter duidelijk sterker. Een lekkere bas en fijne drums met een duidelijke zanglijn eroverheen als couplet, veel afwisseling en vooral ook echt een goede song met mooie overgangen in de akkoorden en leuke simpele koortjes. Het heeft wel wat van Nirvana of Band Of Horses. Erg goed, het beste nummer van de plaat. De volgende track is ook sterk. Deze zou zo in het repertoire van Johan kunnen (ook zo'n band die echte liedjes maakt). Dit komt vooral doordat Gregory hier hoger zingt en dan lijkt zijn stem ineens sterk op die van Jacco van Johan. Dat in combinatie met het wat rustigere tempo zorgt voor deze herkenning. Ook in de volgende track zingt Gregory op deze manier. Echter in deze refreintjes trekt hij het wel duidelijk minder. Hier gaat hij wel heel erg zwabberen in de hoge noten wat zo eigenlijk net niet meer kan. Jammer, maar de cd gaat verder.

Sterke songs vullen de rest van de cd en kennen de nodige afwisseling. Om nog even wat tipjes van de sluier op te lichten: 'In My Bar' is ineens een nummer met een akoestische gitaar. Een rustig kabbelende popsong, welke goed getimed is in de opbouw van de cd. Verder is 'The Everlasting Lover' er een die zelfs aan Pink Floyd doet denken. Snelle opgefokte muziek met een hysterische mix van spraak en zang. Doe daar een flinke dosis echo overheen en je flitst ineens terug naar de tijd dat Pink Floyd nog hele cd's vol schreef onder invloed van alles wat God verboden heeft. En dan voor de echte volharder: als je de cd in je cdspeler laat zitten komt er nog een verborgen track langs.

Al met al weet The May Bees beslist te overtuigen. Na het debuut is nu ook het eerste echte album zeker de moeite waard. Het valt te hopen dat de groep haar aanhang kan vergroten met dit 'Drop Little Boy', dat zou verdiend zijn.
Y. De Blauw - Musicfrom.nl

REVIEW "DROP LITTLE BOY", November 2007 , 8WEEKLY

Springerig duo staat als huis

Een bandje dat springerige, punky liedjes speelt. Met stekelige, prikkende rafelrandjes, met een rauwe productionele indierocksaus. Met een ietwat onvast zingende frontman en een vrouwelijke drummer die steevast helemaal raak slaat. Het zou eerlijkheidshalve een reeks introzinnen over de Nederlandse band Caesar kunnen zijn. Toch hebben we het hier over een ander binnenlands collectief; een duo eigenlijk, om wat specifieker te zijn. Een duo dat weliswaar her en der hevig rondspringt, maar toch staat als een huis.

Drop Little Boy, zo heet het debuutalbum van The May Bees. The May Bees: ook wel Maartje 'Marzj' Simons (ex-League of XO Gentlemen) op drums en Greg(ory) Orange op zang en gitaar. Live heeft deze band een bassist in de gelederen. Op 3voor12 vertelde men onlangs dat die bassist er hoogstwaarschijnlijk fulltime bijkomt. Maar eerlijkheidshalve draait deze band op hun debuutalbum nog helemaal om Marzj en Greg. Rauwe indierock, zo noemen ze het zelf. Dat klopt aardig. Want naast de eerder genoemde band Caesar, doet de muziek me af en toe wel een beetje (The Everlasting Lover) aan indiegoeroes de Pixies denken. Sterker nog; de gitaarsolo van de single The Enemy's Scientist lijkt qua schema en klankkleur rechtstreeks van het fameuze Doolittle-album gestolen te zijn. Is niet erg. Zolang het jatwerk maar goed gebeurt en dat is hier zeker het geval. Dan maakt het helemaal niet uit dat je denkt dat je het ooit al eens eerder gehoord hebt.

Over 'eerder gehoord' gesproken, bijna alle nummers op Drop Little Boy zijn al eens eerder uitgebracht op de twee voorgaande EP's van The May Bees; Fake Around (2005) en Blame It on the Other Ones (2006). Dat zou een trieste constatering zijn, ware het niet dat The May Bees in dit geval het voordeel van de twijfel verdienen. Want deze nummers vormen met elkaar wel één goed en coherent debuutalbum. En mede daarom is een internationale move meteen ingezet. Drop Little Boy is in de Benelux bij het Nijmeegse label Dying Giraffe Recordings verschenen, maar voor Noord-Amerika neemt het Amerikaanse label Wampus Multimedia dit debuutalbum voor haar rekening.

Grote thema's
Tekstueel worden er 'grote thema's' aangesneden. Neem die eerder genoemde sterke single die volgens mij gaat over de ambivalentie tussen wetenschap en mensheid. "I am the enemy and I wait", zo lijkt de wetenschapper zelf te zingen. Black Queen is naar eigen zeggen een nummer over de macht van de media. Een nummer over een wereld waarin tv-presentatoren als heiligen worden gezien. Maar ook liefde en verlatingsangst komen langs. "Will anyone look after me, when i'm alone again?", zo zingt Gregory Orange in In My Bar. Of in Subject for My Illusions: "I think you are intelligent, but the conversations we have they end, in a way that I am the one to say what you should do."

En hoe de nummers dan klinken? Inderdaad springerig en punky (Undefined Sofa Sketches, Yeah! Come On! en Black Queen), maar soms ook met dwingende, trage opbouw (Mess). Letterlijk daartussen geklemd zitten van die typische rauwe indiesongs zoals Subject for My Illusions en The Enemy's Scientist. En de rustige liedjes zoals In My Bar en When She Loves You smelten dit debuutalbum tot een prima geheel. En als het veelzijdige album wordt afgesloten met het geweldige nummer Fields of Albany dan kan een eindconclusie niet anders zijn dan deze: dit staat als een huis.

Dennis Dekker - 8WEEKLY